Fragment Helletocht naar de vrijheid

Fragment 1:

Het gezicht van Mehmet kleurde angstwekkend rood. Ruw stootte hij haar van zich af. ‘Denk je dat de eerste de beste Griekse slavin mij kan weigeren? Mij, Mehmet?’
Zijn stem sloeg over. Nog nooit had een vrouw hem afgewezen. Hij voelde zich diep beledigd en vernederd.
Hij begon te schreeuwen. ‘Uit mijn ogen. Breng haar weg.’ De sultan was buiten zichzelf van razernij.
De lijfwachten kwamen onmiddellijk in actie, grepen haar vast en sleurden haar door een gordijn achter hen de kamer uit.
‘Ik wil haar nooit meer zien.’
Zijn laatste schreeuw klonk als een zweepslag in haar oren.
Astra werd letterlijk een gang doorgesleurd. De lijfwachten gooiden een deur open en fel daglicht stroomde naar binnen. Ze kwamen op een binnenplaats waar in het midden een houten paal stond opgesteld. Er werd een touw om haar polsen gebonden en het uiteinde werd door een ring boven aan de paal gehaald. Astra gaf een kreet van pijn toen haar armen omhoog getrokken werden. Ze stootte haar gezicht tegen de paal en haar armen werden pijnlijk uitgerekt.
De lijfwachten hadden geen woord gesproken. Ze controleerden het touw, keurden Astra verder geen blik waardig en lieten haar alleen in de brandende zon.

Fragment 2:

De veiling ging geruime tijd door. Alle slaven en slavinnen waren nu onder de hamer geweest. Alleen Astra stond er nog.
‘En nu, heren, het pronkstuk van vandaag. Een onbedorven Griekse, nog door niemand aangeraakt, zelfs, heb ik mij laten vertellen, niet door onze sultan.’ De veilingmeester gaf een knipoogje aan zijn publiek. ‘Wie biedt op deze schoonheid?’
‘Zes.’ ‘Zeven.’ ‘Acht.’
Door verschillende mensen werd een bod uitgebracht. De veilingmeester rook geld en deed er nog een schepje bovenop.
‘Heren, heren, even serieus alstublieft. Zo’n kans krijgt u niet meer. Regelrecht uit de keizerlijke harem. Tien solidi? Wie biedt tien solidi?’
‘Tien.’
Astra keek waar het bod vandaan kwam. De man die haar eerder van dichtbij had opgenomen, stak zijn hand op.
‘Tien solidi. Tien solidi, geboden door onze Venetiaanse vriend.’
Blijkbaar kende de veilingmeester de bieder. Astra moest even slikken. Een koopman uit Venetië. Dat kon van alles betekenen. Hij kon haar voor zichzelf kopen of misschien weer verder verkopen op een markt in Italië.
‘Tien solidi. Wie biedt meer? Tien solidi. Eenmaal, andermaal, tien solidi. Niemand?’ De hamer daalde met een klap neer. ‘Tien solidi voor meester Scalzi.’
Astra was verkocht. Voor tien gouden solidi.